Bij het ontwerpen van een betrouwbaar zonne-straatverlichtingssysteem is het begrijpen van hoe energie wordt omgezet en waar verliezen optreden net zo belangrijk als het selecteren van componenten met een hoog vermogen.
Dit artikel legt stap voor stap uit hoe zonlicht wordt omgezet in bruikbare verlichtingsenergie—en welke efficiëntiewaarden er echt toe doen in praktijkprojecten.
De hele energieketen begint met zonnestraling, meestal uitgedrukt als:
kWh/m²/dag (dagelijkse zonne-energie ontvangen per vierkante meter)
In de technische praktijk wordt dit vereenvoudigd als Piekuurzonuren (PSH).
Typische waarden:
Europa: 3,0–4,5 uur
Zuidoost-Azië: 4,0–5,0 uur
Midden-Oosten & Afrika: 5,5–6,5 uur
PSH geeft aan hoeveel uur per dag het zonlicht overeenkomt met vol vermogen.
De efficiëntie van zonnepanelen beschrijft hoeveel van het inkomende zonlicht wordt omgezet in elektrische energie.
Typische massaproductie-efficiëntie:
Polykristallijn: 16–18%
Monokristallijn (mainstream): 19–22%
Hoogrendementsmodules (TOPCon, N-type): 22–24%
Dit is echter een laboratoriumwaarde (STC).
In de buitenwerking moeten extra verliezen in overweging worden genomen:
| Verliesfactor | Typische impact |
|---|---|
| Temperatuurstijging | 8–15% |
| Stof & veroudering | 5–10% |
| Installatiehoek | 5–10% |